De Belastingdienst rekent met een fictief rendement op je vermogen, ongeacht wat je werkelijk verdiende. Als je werkelijke rendement lager was, kun je daar bezwaar tegen maken. Maar loont dat ook echt?
Normaal gesproken berekent de Belastingdienst je Box 3 belasting op basis van een fictief rendement: een percentage dat zij veronderstellen dat je op je vermogen hebt behaald. Dit percentage is gebaseerd op gemiddelden uit de markt en staat los van wat je daadwerkelijk hebt verdiend.
De tegenbewijsregeling geeft je het recht om te bewijzen dat je werkelijke rendement lager was dan het fictieve rendement. Als dat het geval is, betaal je belasting over het werkelijke rendement in plaats van het fictieve. Dat kan een flinke besparing opleveren, zeker als je veel spaargeld hebt of weinig rendement hebt gemaakt op je beleggingen.
De Belastingdienst verdeelt je vermogen in twee categorieΓ«n, elk met een eigen fictief rendement:
Over het totaal van deze fictieve rendementen betaal je 36% belasting (2025). Je vermogen onder het heffingsvrijvermogen (β¬57.684 per persoon in 2025) is vrijgesteld.
Het probleem: als je spaargeld maar 1% rente opleverde terwijl de Belastingdienst rekent met 1,37%, betaal je te veel. En als je beleggingen dit jaar met 2% stegen terwijl de Belastingdienst rekent met 5,88%, betaal je veel te veel.
De tegenbewijsregeling loont als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst rekent. In de praktijk geldt dit vooral voor:
Stel: je hebt β¬200.000 spaargeld en β¬100.000 in ETFs. Je bent alleenstaand (heffingsvrijvermogen β¬57.684). In 2025 had je spaarrente van 1,8% en zijn je ETFs met 3% gestegen.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Spaargeld | β¬ 200.000 |
| Beleggingen (ETF) | β¬ 100.000 |
| Totaal vermogen | β¬ 300.000 |
| Heffingsvrijvermogen | - β¬ 57.684 |
| Grondslag sparen en beleggen | β¬ 242.316 |
| Fictief rendement sparen (1,37% x β¬161.544) | β¬ 2.213 |
| Fictief rendement beleggen (5,88% x β¬80.772) | β¬ 4.749 |
| Voordeel uit sparen en beleggen (totaal fictief rendement) | β¬ 6.962 |
| Belasting (36%) | β¬ 2.506 |
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Spaarrente (1,8% x β¬200.000) | β¬ 3.600 |
| Koersstijging ETF (3% x β¬100.000) | β¬ 3.000 |
| Totaal werkelijk rendement | β¬ 6.600 |
| Belasting (36%) | β¬ 2.376 |
| Besparing via tegenbewijs | β¬ 130 |
In dit voorbeeld is de besparing beperkt (β¬130) omdat de werkelijke rendementen dicht bij de fictieve percentages liggen. De tegenbewijsregeling loont het meest in jaren met lage spaarrente en dalende of vlakke beleggingen, zoals 2021 en 2022.
Het werkelijk rendement is breder dan alleen rente en dividend. De Belastingdienst kijkt naar alle inkomsten en alle waardeveranderingen in een kalenderjaar:
Ook aankopen tijdens het jaar tellen mee: heb je op 15 april beleggingen gekocht, dan telt het rendement op die beleggingen mee voor het werkelijk rendement over dat jaar. Dat is anders dan bij het fictief rendement, waarbij alleen de peildatum 1 januari telt.
Bij het fictieve stelsel geldt een heffingsvrijvermogen (β¬57.684 per persoon in 2025): een deel van je vermogen waarover je geen belasting betaalt. Bij het werkelijk rendement is er geen vrijstelling. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.
Dit betekent dat de Belastingdienst bij het werkelijk rendement kijkt naar het rendement over je totale vermogen, zonder vrijstelling. Voor mensen met een relatief klein vermogen net boven de HFV-grens kan dit een reden zijn om toch niet te kiezen voor het werkelijk rendement, ook als dat lager is.
| Situatie | Fictief stelsel | Werkelijk stelsel |
|---|---|---|
| Vermogen | β¬ 80.000 | β¬ 80.000 |
| Heffingsvrijvermogen | - β¬ 57.684 | geen |
| Grondslag sparen en beleggen | β¬ 22.316 | β¬ 80.000 |
| Fictief rendement (sparen 1,37%) | β¬ 306 | β |
| Werkelijk rendement (bijv. 0,8%) | β | β¬ 640 |
| Belasting (36%) | β¬ 110 | β¬ 230 |
In dit voorbeeld pakt het fictieve stelsel voordeliger uit, ook al is de werkelijke rente lager dan de fictieve. Door het wegvallen van het HFV betaal je bij het werkelijk stelsel meer.
Bij het opgeven van je werkelijk rendement mag je gemaakte kosten niet aftrekken. Aan- of verkoopkosten van aandelen, onderhoudskosten van je tweede woning: dat telt allemaal niet mee.
Er zijn twee uitzonderingen:
De tegenbewijsregeling geldt met terugwerkende kracht, maar de regels verschillen per periode:
| Jaar | Fictief % (Belastingdienst) | Gem. aandelenrendement | Prijsindex woningen (WOZ) |
|---|---|---|---|
| 2017 | 5,39% | +13,72% | +6,73% |
| 2018 | 5,38% | -10,02% | +8,25% |
| 2019 | 5,59% | +24,57% | +8,39% |
| 2020 | 5,28% | -1,71% | +6,48% |
| 2021 | 5,69% | +23,32% | +8,38% |
| 2022 | 5,53% | -7,97% | +20,33% |
| 2023 | 6,17% | +15,04% | +2,73% |
| 2024 | 6,04% | +8,43% | +1,61% |
Bron: Belastingdienst. De jaren 2018, 2020 en 2022 zijn in de praktijk het meest interessant voor beleggers: aandelenkoersen daalden terwijl het fictieve percentage onveranderd hoog bleef.
Fiscale partners kunnen los van elkaar beslissen of ze het werkelijk rendement doorgeven. Het is dus mogelijk dat de ene partner belasting betaalt op basis van het werkelijk rendement, en de andere op basis van het fictieve rendement. De Belastingdienst gaat dan uit van de vermogensverdeling zoals opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting.
Hoe je het werkelijk rendement doorgeeft, hangt af van het belastingjaar:
Je hebt voor het invullen de volgende gegevens nodig:
Voor 2017-2024 (formulier Opgaaf werkelijk rendement): als je de deadline mist, stuurt de Belastingdienst een definitieve aanslag op basis van het fictieve rendement. Je kunt dan alsnog bezwaar maken tegen die aanslag. Daarna heb je nog 5 jaar na het belastingjaar de tijd om het formulier alsnog in te vullen en op te sturen.
Vanaf 2025 (via aangifte): de 5-jaar-route geldt hier niet. Het werkelijk rendement geef je op in de reguliere aangifte. Heb je dat niet gedaan, dan geldt de normale bezwaartermijn van 6 weken na de definitieve aanslag.
Met de Tegenbewijsscan van Box 3 de Baas voer je je werkelijke rendementen in en zie je direct of bezwaar loont, per jaar en inclusief geschatte besparing.