Box 3 uitleg

Box 3 tegenbewijsregeling: wanneer loont bezwaar?

De Belastingdienst rekent met een fictief rendement op je vermogen, ongeacht wat je werkelijk verdiende. Als je werkelijke rendement lager was, kun je daar bezwaar tegen maken. Maar loont dat ook echt?

Bijgewerkt: maart 2026  Β·  Leestijd: 5 minuten
Inhoud
  1. Wat is de tegenbewijsregeling?
  2. Hoe werkt fictief rendement?
  3. Wanneer loont het?
  4. Rekenvoorbeeld
  5. Wat telt als werkelijk rendement?
  6. Geen heffingsvrijvermogen bij werkelijk rendement
  7. Kosten aftrekken: wat mag wel en niet?
  8. Voor welke jaren geldt het?
  9. Fiscale partners
  10. Hoe geef je het werkelijk rendement door?
  11. Te laat of formulier niet verstuurd?

Wat is de tegenbewijsregeling?

Normaal gesproken berekent de Belastingdienst je Box 3 belasting op basis van een fictief rendement: een percentage dat zij veronderstellen dat je op je vermogen hebt behaald. Dit percentage is gebaseerd op gemiddelden uit de markt en staat los van wat je daadwerkelijk hebt verdiend.

De tegenbewijsregeling geeft je het recht om te bewijzen dat je werkelijke rendement lager was dan het fictieve rendement. Als dat het geval is, betaal je belasting over het werkelijke rendement in plaats van het fictieve. Dat kan een flinke besparing opleveren, zeker als je veel spaargeld hebt of weinig rendement hebt gemaakt op je beleggingen.

Achtergrond: De tegenbewijsregeling is er mede gekomen door het Kerstarrest van de Hoge Raad (24 december 2021). De Hoge Raad oordeelde dat het fictief rendement stelsel in bepaalde gevallen in strijd is met het eigendomsrecht. Sindsdien heeft iedereen het recht om tegenbewijs te leveren.

Hoe werkt fictief rendement?

De Belastingdienst verdeelt je vermogen in twee categorieΓ«n, elk met een eigen fictief rendement:

Over het totaal van deze fictieve rendementen betaal je 36% belasting (2025). Je vermogen onder het heffingsvrijvermogen (€57.684 per persoon in 2025) is vrijgesteld.

Het probleem: als je spaargeld maar 1% rente opleverde terwijl de Belastingdienst rekent met 1,37%, betaal je te veel. En als je beleggingen dit jaar met 2% stegen terwijl de Belastingdienst rekent met 5,88%, betaal je veel te veel.

Wanneer loont de tegenbewijsregeling?

De tegenbewijsregeling loont als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst rekent. In de praktijk geldt dit vooral voor:

Let op: Als je werkelijke rendement hoger was dan het fictieve rendement, is de tegenbewijsregeling nadelig. Je hoeft het tegenbewijs dan niet te leveren. De Belastingdienst kan je ook niet dwingen om hoger te betalen dan het fictieve rendement.

Rekenvoorbeeld

Stel: je hebt €200.000 spaargeld en €100.000 in ETFs. Je bent alleenstaand (heffingsvrijvermogen €57.684). In 2025 had je spaarrente van 1,8% en zijn je ETFs met 3% gestegen.

Fictief rendement stelsel (wat de Belastingdienst rekent)
PostBedrag
Spaargeld€ 200.000
Beleggingen (ETF)€ 100.000
Totaal vermogen€ 300.000
Heffingsvrijvermogen- € 57.684
Grondslag sparen en beleggen€ 242.316
Fictief rendement sparen (1,37% x €161.544)€ 2.213
Fictief rendement beleggen (5,88% x €80.772)€ 4.749
Voordeel uit sparen en beleggen (totaal fictief rendement)€ 6.962
Belasting (36%)€ 2.506
Werkelijk rendement stelsel (tegenbewijs)
PostBedrag
Spaarrente (1,8% x €200.000)€ 3.600
Koersstijging ETF (3% x €100.000)€ 3.000
Totaal werkelijk rendement€ 6.600
Belasting (36%)€ 2.376
Besparing via tegenbewijs€ 130

In dit voorbeeld is de besparing beperkt (€130) omdat de werkelijke rendementen dicht bij de fictieve percentages liggen. De tegenbewijsregeling loont het meest in jaren met lage spaarrente en dalende of vlakke beleggingen, zoals 2021 en 2022.

Snelle scan tegenbewijsregeling: fictief rendement versus werkelijk rendement met geschatte besparing
De snelle scan op Box 3 de Baas berekent direct of de tegenbewijsregeling voor jou loont en wat de geschatte besparing is.

Wat telt als werkelijk rendement?

Het werkelijk rendement is breder dan alleen rente en dividend. De Belastingdienst kijkt naar alle inkomsten en alle waardeveranderingen in een kalenderjaar:

Verlies en winst worden gesaldeerd: Heb je op het ene deel van je vermogen winst en op een ander deel verlies? Dan worden die met elkaar verrekend. Is het totaal negatief? Dan stelt de Belastingdienst het werkelijk rendement op €0. Een negatief rendement kun je niet overdragen naar een volgend jaar.
Let op: Koersstijgingen tellen mee ook al heb je niets verkocht. Als je beleggingen sterk zijn gestegen, is je werkelijk rendement mogelijk hoger dan het fictieve. In dat geval is de tegenbewijsregeling ongunstig en kun je beter het fictieve stelsel accepteren. De Belastingdienst gaat altijd uit van de voor jou voordeligste situatie.

Ook aankopen tijdens het jaar tellen mee: heb je op 15 april beleggingen gekocht, dan telt het rendement op die beleggingen mee voor het werkelijk rendement over dat jaar. Dat is anders dan bij het fictief rendement, waarbij alleen de peildatum 1 januari telt.

Geen heffingsvrijvermogen bij werkelijk rendement

Bij het fictieve stelsel geldt een heffingsvrijvermogen (€57.684 per persoon in 2025): een deel van je vermogen waarover je geen belasting betaalt. Bij het werkelijk rendement is er geen vrijstelling. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

Dit betekent dat de Belastingdienst bij het werkelijk rendement kijkt naar het rendement over je totale vermogen, zonder vrijstelling. Voor mensen met een relatief klein vermogen net boven de HFV-grens kan dit een reden zijn om toch niet te kiezen voor het werkelijk rendement, ook als dat lager is.

Effect van het wegvallen van het HFV
SituatieFictief stelselWerkelijk stelsel
Vermogen€ 80.000€ 80.000
Heffingsvrijvermogen- € 57.684geen
Grondslag sparen en beleggen€ 22.316€ 80.000
Fictief rendement (sparen 1,37%)€ 306β€”
Werkelijk rendement (bijv. 0,8%)—€ 640
Belasting (36%)€ 110€ 230

In dit voorbeeld pakt het fictieve stelsel voordeliger uit, ook al is de werkelijke rente lager dan de fictieve. Door het wegvallen van het HFV betaal je bij het werkelijk stelsel meer.

Kosten aftrekken: wat mag wel en niet?

Bij het opgeven van je werkelijk rendement mag je gemaakte kosten niet aftrekken. Aan- of verkoopkosten van aandelen, onderhoudskosten van je tweede woning: dat telt allemaal niet mee.

Er zijn twee uitzonderingen:

Voor welke jaren geldt de tegenbewijsregeling?

De tegenbewijsregeling geldt met terugwerkende kracht, maar de regels verschillen per periode:

Fictief rendement vs. aandelenrendement per jaar
JaarFictief % (Belastingdienst)Gem. aandelenrendementPrijsindex woningen (WOZ)
20175,39%+13,72%+6,73%
20185,38%-10,02%+8,25%
20195,59%+24,57%+8,39%
20205,28%-1,71%+6,48%
20215,69%+23,32%+8,38%
20225,53%-7,97%+20,33%
20236,17%+15,04%+2,73%
20246,04%+8,43%+1,61%

Bron: Belastingdienst. De jaren 2018, 2020 en 2022 zijn in de praktijk het meest interessant voor beleggers: aandelenkoersen daalden terwijl het fictieve percentage onveranderd hoog bleef.

Aangiftehistorie in Box 3 de Baas: overzicht van meerdere belastingjaren met vermogensontwikkeling en aanslag per jaar
Met de Aangiftehistorie in Premium zie je in één overzicht hoe je vermogen en aanslag zich hebben ontwikkeld over meerdere jaren, inclusief 2021 en 2022.

Fiscale partners

Fiscale partners kunnen los van elkaar beslissen of ze het werkelijk rendement doorgeven. Het is dus mogelijk dat de ene partner belasting betaalt op basis van het werkelijk rendement, en de andere op basis van het fictieve rendement. De Belastingdienst gaat dan uit van de vermogensverdeling zoals opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting.

Hoe geef je het werkelijk rendement door?

Hoe je het werkelijk rendement doorgeeft, hangt af van het belastingjaar:

Je hebt voor het invullen de volgende gegevens nodig:

  1. Spaargeld: jaaroverzicht van je bank met ontvangen rente
  2. Beleggingen: begin- en eindwaarde van je portefeuille op 1 januari en 31 december, plus ontvangen dividend
  3. Vastgoed: WOZ-waarde begin en einde jaar, plus ontvangen huur (en eventuele investeringen die bij gemeente gemeld zijn)
  4. Schulden in Box 3: betaalde rente op Box 3-schulden
Tip: Bij het online formulier zie je direct of het werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement. Bij het papieren formulier zie je dat niet, daarvoor moet je zelf rekenen. De Belastingdienst gaat altijd uit van het voor jou voordeligste bedrag: als je het formulier invult maar je werkelijk rendement blijkt hoger, betaal je gewoon het fictieve rendement.

Te laat of formulier niet verstuurd?

Voor 2017-2024 (formulier Opgaaf werkelijk rendement): als je de deadline mist, stuurt de Belastingdienst een definitieve aanslag op basis van het fictieve rendement. Je kunt dan alsnog bezwaar maken tegen die aanslag. Daarna heb je nog 5 jaar na het belastingjaar de tijd om het formulier alsnog in te vullen en op te sturen.

Vanaf 2025 (via aangifte): de 5-jaar-route geldt hier niet. Het werkelijk rendement geef je op in de reguliere aangifte. Heb je dat niet gedaan, dan geldt de normale bezwaartermijn van 6 weken na de definitieve aanslag.

Bereken het voor jouw situatie

Met de Tegenbewijsscan van Box 3 de Baas voer je je werkelijke rendementen in en zie je direct of bezwaar loont, per jaar en inclusief geschatte besparing.